Belichtingsmeter of lichtmeter

Licht meten gebeurt met een belichtingsmeter of lichtmeter. Daarbij is er een verschil tussen het meten van opvallend licht, en het meten van weerkaatsend licht. Het gemeten licht is belangrijk voor de belichting in de camera. In veel camera’s is een (weerkaatsend) lichtmeter ingebouwd.

Opvallend-lichtmeter

De opvallend-lichtmeter meet de intensiteit van het licht dat vanuit een lichtbron op de objecten valt die je wilt fotograferen. Deze intensiteit is, zolang je de uitlichting niet aanpast, constant voor alle objecten. Het maakt immers voor de intensiteit niet uit of het licht uit de lichtbron op een banaan of op een kiwi valt.

Weerkaatsend-lichtmeter

De weerkaatsend-lichtmeter meet het licht dat vanuit de bron, via de objecten in de camera wordt weerkaatst. Nu maakt het object wél uit: de gele banaan weerkaatst veel meer licht dan de donkergroene kiwi. De meting voor weerkaatsend licht verschilt du per object in de foto.

Automatische belichting door de camera

Je camera vaart op weerkaatsend licht voor de automatische instelling van de sluitertijd en het diafragma. Daarom wordt de foto heel anders belicht wanneer je bij een landschap scherpstelt op een bomenrand, of op de lichte lucht erachter. Hier kun je rekening mee houden voor je afdrukt! Wil je de belichting helemaal zelf in de hand houden, kies dan handmatig de sluitertijd en het diafragma.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *