Scherptediepte

De scherptediepte is de afstand, ten opzichte van het brandpunt van een lens, waarin een foto scherp is. Is de scherptediepte klein, dan is het onderwerp van de foto scherp, maar is er ook een groot deel van de foto onscherp. Is de scherptediepte groot, dan is rondom het onderwerp (vrijwel) de gehele foto scherp. De scherptediepte wordt bepaald door het diafragma. Hoe kleiner de opening in het diafragma (en dus: hoe hoger het diafragmagetal), hoe groter de scherptediepte.

Kiezen van de scherptediepte

Harry Hilders - Scherptediepte

www.elistmania.com

Bij macrofotografie – het fotograferen van een bijzonder klein onderwerp, zoals bijvoorbeeld een insect– loont het meestal om een kleine scherptediepte te kiezen. Hoewel een groot deel van de foto dan onscherp is, benadrukt de scherpte die er wél is het onderwerp. Een rupsje maakt zo veel meer indruk met een kleine scherptediepte, dan wanneer al het gras achter hem óók scherp zou zijn. Al dat gras zou immers alleen maar afleiden.

Maak je een landschapsfoto, of een architectuurfoto, dan werkt een grote scherptediepte weer beter. Je wil immers de hele omgeving laten zien, en niet slechts een detail.

Maar net als bij alles in de fotografie geldt ook hier: kies wat jij nodig hebt voor de plaat die je maken wil. Deze “regels” zijn maar een handvat, je kunt uiteraard altijd zelf kiezen wat je doet!

Spraakverwarring!

Vaak hebben mensen het over een grote scherptediepte als ze het over een foto hebben waarin juist veel verschil is in scherpte, en over een kleine scherptediepte wanneer alles op de foto scherp is. Dat is dus eigenlijk precies andersom!

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *